De belangrijkste vraag is dan: welk batterijsysteem heb je nodig om jouw aggregaat te vervangen?
Het antwoord begint bij een goede berekening. In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe je bepaalt welk vermogen en welke accucapaciteit nodig zijn om een aggregaat te vervangen door een batterijoplossing zodat je als professional kunt werken met een duurzame energiebron.
Stap 1: Zet kVA om naar kW
Aggregaten worden meestal uitgedrukt in kVA (kilovoltampère), terwijl batterijsystemen worden gespecificeerd in kW. Om het juiste batterijsysteem te kiezen, moet je daarom eerst kVA omrekenen naar kW (kilowatt).
In de meeste bouwtoepassingen kun je deze vuistregel gebruiken:
kVA × 0,8 = kW
Voorbeeld 1:
Een 3 kVA aggregaat
3 × 0,8 = 2,4 kW continuvermogen
Voorbeeld 2:
Een 6 kVA aggregaat
6 × 0,8 = 4,8 kW continuvermogen
Het batterijsysteem moet minimaal dit continuvermogen kunnen leveren. Hier gaat het dus niet om piekvermogen, maar om het vermogen dat structureel gevraagd wordt.
Stap 2: Kijk naar het werkelijke gelijktijdige verbruik van jouw apparatuur
In de praktijk wordt een aggregaat vaak zwaarder gekozen dan nodig. Dat leidt tot onnodig brandstofverbruik en inefficiënt draaien op lage belasting. Breng daarom eerst het daadwerkelijke stroomverbruik in kaart:
- Welke apparaten draaien gelijktijdig?
- Wat is het opgenomen vermogen per apparaat?
- Zijn er korte opstartpieken en zo ja, hoe hoog zijn deze?
Kies je batterijsysteem op basis van het maximale gelijktijdige verbruik inclusief eventuele opstartpieken, niet op het totale vermogen van alle apparaten samen. Dat is onnodig.